Memoritis - the anatomy of a desire

Kurt d'Haeseleer, 2014

Concept and realisation installation: Kurt d’Haeseleer | Text: Ilja Leonard Pfeijffer | Music: Franck Vigroux (Cie D’Autres Cordes) | Actors: Lieve Matthijs, Yvonne Huenaerts, Betty Gilbert, Lydia Diels, Toni Vandenplas, Doke Dilen, Cédric Denayer, Dirk Butaye, Ursula Coene | Voice accused: Nero Nolson | Actors director jury: Wim Oris (Cie Tartaren) | Technical realisation video-installation: Ief Spincemaille (Werktank) | A coproduction with Behoud de Begeerte and Cie Tartaren, with the support of KUnST Leuven and the Flemish Government, thanks to 30CC Leuven en STUK Leuven

Upcoming shows
2019 - The Lowry, Manchester (United Kingdom)

Previously
2014 - 2 bronnen Library, Leuven (Belgium)

Memoritis is a theatrical video installation by Kurt d’Haeseleer with text by Ilya L. Pfeijffer, inspired on the practice of the anatomical theater. The memory of a anonymous character gets dissected and analyzed by a virtual jury. The judges watch images who seem to come from the memory of the accused and try to find out what crime the central character has done. They don’t agree about the meaning of these images and wether they match with the actual crime. The judges get stuck in a deadly carousel of procedures and intrigues until all ends in an absurd but deadly endgame.

“Memoritis – de anatomie van een verlangen” is een theatrale video-installatie van Kurt d’Haeseleer met tekst van Ilja Leonard Pfeijffer, geïnspireerd op de praktijk van het anatomisch theater.
In de installatie wordt een herinnering van een anoniem hoofdpersonage gedissecteerd en geanalyseerd door een virtuele jury. De juryleden bekijken flarden beelden uit het verleden waaruit ze trachten te achterhalen welke misdaad het hoofdpersonage gepleegd heeft. Ze raken het echter niet eens over wat die beelden juist kunnen betekenen en of ze wel overeenkomen met de vermeende feiten. De jury rijdt zich gewillig vast in een dodelijk carrousel van procedures en intriges, waarin de grens tussen jury en schuldige geleidelijk aan vervaagt om uiteindelijk uit te monden in een even genadeloze als absurde afrekening.